Haldol

Would you like to read this information again? Use the following options:

Alles over Haldol

Powered by: KNMP logo
  • Introductie

    Haldol
    De werkzame stof in Haldol is haloperidol.

    Haloperidol behoort tot de klassieke antipsychotica. Het remt in de hersenen de effecten van de natuurlijk voorkomende stof dopamine. Hierdoor verminderen psychosen en onrust.

    Artsen schrijven het voor bij psychose, schizofrenie, manie, onrust, dementie, tics, dwangstoornissen, misselijkheid en braken en hik.

  • Bijwerkingen

    Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven.

    De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

    Regelmatig

    • Seksuele stoornissen, zoals minder zin in vrijen en moeilijker een erectie krijgen.

    Soms

    • Afvlakking van het gevoelsleven, verlies van initiatief en activiteit, gevoel opgesloten te zitten en een gevoel van leegte. Ook kan een depressie ontstaan of een bestaande depressie verergeren.
    • Bewegingsstoornissen, zoals rusteloosheid (akathisie), plotselinge spiertrekkingen in hoofd, mond of gezicht (dystonie) en spierstijfheid (parkinsonisme).
      Akathisie kan zich ook uiten in niet stil kunnen zitten, wiebelen met voet of hand, onrustgevoelens. En parkinsonisme in trillen, moeite met bewegen, lopen of spreken.
      Door deze bijwerkingen kunt u ook spier- of gewrichtspijn krijgen.
      Sommige bewegingsstoornissen beginnen binnen enkele dagen na de eerste dosis of na een dosisverhoging. Het kan ook na langdurig gebruik ontstaan, of pas na stoppen. Soms verdwijnt het binnen een paar dagen.
      Raadpleeg uw arts als u lijdt aan de ziekte van Parkinson. De verschijnselen kunnen door dit medicijn verergeren. Misschien kan de arts een ander medicijn voorschrijven.
      Overleg met uw arts als u bewegingsstoornissen merkt. Soms kan uw arts de dosering verlagen of u een ander medicijn voorschrijven waar u minder last van krijgt. Ook zijn medicijnen mogelijk die de bewegingsstoornissen tegengaan.
      Zelden ontstaan ’late bewegingsstoornissen’ (tardieve dyskinesie) U merkt ze in eerste instantie aan zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong en grimassen en tics van het gezicht.Of aan buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken.
      Als deze bijwerkingen ontstaan is dat meestal na langdurig gebruik (meerdere maanden). Soms komen ze pas aan het licht als u met dit medicijn bent gestopt. Na stoppen nemen de verschijnselen na verloop van tijd af, maar bij een deel van de mensen gaat deze bijwerking niet meer helemaal over.
    • Sufheid, slaperigheid en vermindering van het reactie-, concentratie- en coördinatievermogen. Voorkom ongelukken in het verkeer, maar ook bij andere activiteiten thuis en op het werk, bijvoorbeeld wanneer u een ladder beklimt, apparaten bedient en op het werk iets bewaakt of controleert. Ook als u `s nachts uit bed moet om naar het toilet te gaan, kunt u minder controle over uw spieren hebben en daardoor sneller vallen.
    • Hoofdpijn. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

    Zelden

    • Gewichtstoename, door een toename van de eetlust en een veranderde stofwisseling. Raadpleeg uw arts of een diëtist als u hier veel last van heeft.
    • Gewichtsafname en minder eetlust hebben. Als de eetlust niet vanzelf terugkomt en u veel last heeft van gewichtsafname, raadpleeg dan uw arts.
    • Bij vrouwen kan de menstruatie stoppen. Dit kan geen kwaad. Na stoppen met het medicijn komt de menstruatie weer op gang. Als u het erg vervelend vindt, raadpleeg dan uw arts.
    • Maagklachten. Dit kunt u voorkomen of verminderen door de tabletten tijdens het eten in te nemen.
    • Verstopping (obstipatie). Eet vezelrijke voeding en drink veel.
    • Pijn en irritatie op de injectieplaats. Als u haloperidol als injectie in de spier krijgt, kan dit pijnlijk zijn. Ook kunt u last krijgen van een onderhuidse knobbel op de injectieplaats. Dit verdwijnt vanzelf na een paar dagen.
    • Kwijlen, vooral tijdens de slaap. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

    Zeer zelden

    • Duizeligheid of zwart voor de ogen, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam zich heeft ingesteld op het medicijn. Dit is meestal binnen enkele dagen tot weken.
      Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden, bespreek dit dan met uw arts. Mogelijk kunt u het medicijn 's avonds innemen, dan heeft u overdag minder last van duizeligheid.
    • Moeilijk kunnen plassen. Dit is vooral van belang als u al moeite heeft met plassen door een vergrote prostaat. Neem contact op met uw arts als u dit merkt.
    • Huiduitslag, roodheid, jeuk, overmatig zweten of overgevoeligheid voor zonlicht. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van blijft houden. Als u overgevoelig bent voor zonlicht, blijf dan uit de directe zon of smeer u in met zonnebrandcrème met een hoge factor.
    • Maligne neurolepticasyndroom. Dit is te merken aan onverklaarbare koorts, zeer stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstig zweten. Neem bij deze verschijnselen onmiddellijk contact op met uw arts. Als het optreedt, is dat meestal tijdens de eerste 2 weken van het gebruik of binnen 2 weken na een verhoging van de dosering.
    • Bloedstolsels in de bloedbaan (trombose). Dit vergroot de kans op vaataandoeningen, zoals een trombosebeen of beroerte. De verschijnselen van trombose kunnen zijn pijnlijke zwelling van het been of plotselinge kortademigheid. Neem bij deze verschijnselen meteen contact op met uw arts. Mensen die al eerder trombose hebben gehad of die medicijnen gebruiken tegen trombose hebben hier meer kans op.
    • Hartritmestoornissen. U merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt. Vooral mensen met de hartritmestoornis verlengd QT-interval hebben hier meer kans op. Gebruik dit medicijn NIET als u deze hartritmestoornis heeft.
    • Borstvorming (bij mannen) en melkafscheiding. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.
    • Ontsteking van de lever. Bij geelzucht moet u direct een arts waarschuwen.
    • Droge mond, droge ogen en wazig zien. Als u het syndroom van Sjögren heeft, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere ogen en mond droger zijn dan normaal: u kunt meer klachten krijgen. Dit medicijn vermindert de aanmaak van traanvocht en speeksel. Neem contact op met uw arts als u meer last heeft van oogirritatie of een droge mond.
    • Dit medicijn kan bij mensen met epilepsie een aanval uitlokken. Ook andere antipsychotica hebben deze bijwerking. Artsen kiezen bij mensen met epilepsie vaak voor haloperidol omdat het minder kans op een aanval geeft dan de meeste andere antipsychotica.

    Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

    Er bestaan veel verschillende soorten antipsychotica. Deze hebben wel dezelfde werking, maar verschillende bijwerkingspatronen. Mogelijk is een ander antipsychoticum voor u geschikter.

  • Gebruik

    Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek.

    Hoe?

    • Tabletten: innemen met een half glas water of met een andere drank.
    • Druppels: druppel deze in een half glas water of in een andere drank (geen alcoholische drank). Drink dit dan op. Eventueel kunt u de druppels ook innemen zonder water of andere drank.
    • Injecties: deze zal de arts of verpleegkundige toedienen. Meestal is dat elke 4 weken.

    Hoe lang?

    Schizofrenie
    Is de psychotische periode voorbij, dan zult u dit medicijn meestal nog lange tijd moeten gebruiken. Anders is de kans op een nieuwe psychose (terugval) groot. De arts zal de dosering in die periode meestal wel verlagen.

    • Als u voor het eerst een psychose heeft gehad, dan moet u dit medicijn meestal nog tot 1 of 2 jaar na uw herstel gebruiken, voor u kunt proberen te stoppen. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als u erg snel bent hersteld, kan worden geprobeerd een half jaar na herstel te stoppen. Dit moet dan wel onder goede begeleiding en de kans op terugval is dan nog steeds groter.
    • Heeft u al eerder een psychose gehad, dan moet u meestal de rest van uw leven een antipsychoticum blijven gebruiken.

    Manie
    Als de ergste onrustige verschijnselen zijn verdwenen, kan de arts adviseren het gebruik van haloperidol langzaam af te bouwen. Lithium of valproïnezuur moet u dan meestal nog wel blijven gebruiken. Soms adviseert de arts om door te gaan met haloperidol, om een nieuwe manie te voorkomen.

    Onrust
    Haloperidol wordt meestal gedurende meerdere jaren gebruikt door mensen met ernstige onrust, agressiviteit of angst. De dosering wordt meestal wel verlaagd als de verschijnselen afnemen.

    Tics en dwangstoornissen
    Als het medicijn goed werkt, moet u het meestal meerdere jaren blijven gebruiken.

    Ernstige misselijkheid of hik
    Zolang u hier last van heeft.

  • Vergeten

    Het is belangrijk dit medicijn consequent te gebruiken. Mocht u toch een dosis vergeten zijn:

    Tabletten en druppels

    • Als u dit medicijn 1 keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan 8 uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan 8 uur? Sla de vergeten dosis dan over.
    • Als u dit medicijn 2 keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan 4 uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan 4 uur? Sla de vergeten dosis dan over.
    • Als u dit medicijn 3 keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan 2 uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan 2 uur? Sla de vergeten dosis dan over.

    Injectie
    Als u de afspraak voor een injectie vergeten bent, maak dan zo snel mogelijk een nieuwe afspraak.

  • Verboden

    autorijden?
    Dit medicijn vermindert de rijvaardigheid door de bijwerkingen, zoals sufheid, slaperigheid, wazig zien en duizeligheid. Hierdoor heeft u een grotere kans op een verkeersongeval.

    Het is strafbaar aan het verkeer deel te nemen als uw rijvaardigheid is verminderd. Als u bij een ongeval betrokken raakt, kunt u aansprakelijk zijn.
    Of en wanneer u weer mag autorijden, hangt af van uw aandoening, de duur van het gebruik en hoe lang u last blijft houden van bijwerkingen.

    Bij gebruik voor psychiatrische aandoeningen: mensen met deze aandoeningen mogen vaak niet autorijden. Overleg met uw arts of dat bij u het geval is.
    Als u ondanks uw aandoening toch mag autorijden, kunt u hieronder het advies voor dit medicijn vinden.

    Rijd geen auto totdat u gedurende 4 dagen dezelfde dosering gebruikt. Beoordeel daarna hoeveel last u van de bijwerkingen heeft.
    Iedereen reageert echter anders. Rijd nog niet als u wel last heeft van de hierboven genoemde bijwerkingen.

    Bent u door dit medicijn wel suf of slaperig en gebruikt u het één keer per dag? Neem het dan voor u gaat slapen in, zodat u er overdag minder last van heeft.

    Tips voor als u weer gaat autorijden

    • Rijd niet als u onscherp ziet.
    • Rijd niet als u suf voelt. Bijvoorbeeld als u zich moeilijk kunt concentreren, traag reageert of met moeite wakker kunt blijven. Een aanwijzing dat u niet alert was, ia sl u zich niet herinnert langs welke route u naar een bestemming bent gereden.
    • Drink geen alcohol als u moet rijden. Alcohol versterkt de versuffende bijwerking van dit medicijn.
    • Rijd niet langer dan één uur achter elkaar, ook al voelt u zich goed.
    • Rijd niet ’s nachts of bij slecht weer.
    • Bedenk dat het voor uzelf moeilijk te merken is als u minder goed rijdt. Een medepassagier kan dat vaak beter inschatten. Bijvoorbeeld omdat u met wisselende snelheden rijdt, slingert en geïrriteerd reageert op normaal gedrag van medeweggebruikers.

    alcohol drinken?
    Alcohol versterkt het versuffende effect van dit medicijn. Ook als u hier niets meer van merkt omdat u gewend bent geraakt aan dit medicijn, kunt u door het gebruik van alcohol erg suf worden. Beperk daarom het gebruik van alcohol en drink het liever niet.

    roken?
    Roken versnelt de afbraak van dit medicijn. Als u stopt met roken, kan de hoeveelheid van dit medicijn in het bloed toenemen. Hierdoor kan het sterker werken of bijwerkingen geven. Overleg met uw arts voordat u gaat stoppen met roken. Het kan nodig zijn dat uw arts de dosering dan verlaagt.
    Overleg ook met uw arts als u lange tijd niet heeft gerookt en (weer) bent begonnen. Dan is het misschien nodig dat uw arts de dosering van dit medicijn juist verhoogt.

    alles eten?
    Bij dit medicijn zijn hiervoor geen beperkingen.

  • Wisselwerking

    Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje ‘samenstelling’.

    De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

    • Andere medicijnen die het reactievermogen verminderen. Bij deze medicijnen is vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker geplakt. De effecten op bijvoorbeeld de rijvaardigheid versterken elkaar. Rijd geen auto als u meer van dergelijke medicijnen gebruikt.
    • Veel medicijnen tegen de ziekte van Parkinson, en haloperidol verminderen elkaars werking. Overleg met uw arts of u beide medicijnen kunt gebruiken. Mogelijk kan de arts de dosering van een van beide medicijnen verlagen of een ander antipsychoticum kiezen dat deze wisselwerking minder heeft.
      Als u wel beide medicijnen gaat gebruiken: raadpleeg uw arts als u (weer) last krijgt van wanen en hallucinaties of als de verschijnselen van de ziekte van Parkinson verergeren.
    • Bij combinatie van haloperidol met een van de volgende medicijnen heeft u een verhoogd risico op hartritmestoornissen. U kunt last krijgen van plotselinge duizelingen of kortdurend buiten bewustzijn raken. Gebruik de volgende medicijnen NIET samen met haloperidol: amiodaron, arseentrioxide, azitromycine, chloorpromazine, chloroquine, citalopram, claritromycine, disopyramide, domperidon, droperidol, erytromycine, escitalopram, flecaïnide, ibutilide, kinidine, methadon, moxifloxacine, pentamidine, pimozide, sevofluraan, sotalol en vandetanib. Overleg met uw arts. Mogelijk kan hij een ander medicijn voorschrijven.
    • De medicijnen tegen hiv-infectie efavirenz, etravrine en nevirapine. Deze medicijnen verminderen de effectiviteit van haloperidol. Overleg met uw arts als u één of meer van deze medicijnen gebruikt.
    • Ritonavir, een ander medicijn tegen hiv-infectie. De hoeveelheid haloperidol in het bloed kan door dit medicijn stijgen. Hierdoor zijn de werking en de bijwerkingen sterker. Uw arts zal de hoeveelheid in het bloed in de gaten houden. Meld het aan uw arts als u sterkere bijwerkingen ervaart.

    Door de volgende medicijnen kan haloperidol sneller uit het lichaam verdwijnen. Het is dan slechter werkzaam. Neem contact op met uw arts als u één van de volgende medicijnen gebruikt:

    • De medicijnen tegen epilepsie carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne en primidon.
    • De medicijnen tegen tuberculose rifabutine en rifampicine.
    • Bosentan, een medicijn tegen pulmonale arteriële hypertensie, een ernstige vorm van hoge bloeddruk in de longen.

    Uw arts kan dan als dat nodig is de dosering van haloperidol aanpassen. Let u wel op dat als u met één van bovenstaande medicijnen stopt, het effect van haloperidol juist kan toenemen. Overleg daarom altijd eerst met uw arts als u met één van deze medicijnen wilt stoppen.

    Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

  • Zwangerschap

    Zwangerschap
    Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Wel is bekend dat er problemen kunnen ontstaan als u dit medicijn gebruikt in de laatste periode van de zwangerschap. Het kind kan dan na de geboorte last hebben van bewegingsstoornissen en ontwenningsverschijnselen. Dit is bijvoorbeeld te merken aan slecht drinken en veel huilen.

    Als u dit medicijn gebruikt en u denkt erover zwanger te worden, overleg dan met uw arts. Mogelijk kan de arts een ander medicijn voorschrijven.

    Borstvoeding
    Geef GEEN borstvoeding als u dit medicijn gebruikt. Het komt in de moedermelk en kan dan bijwerkingen bij het kind geven. Wilt u wel borstvoeding geven, overleg dan met uw arts of apotheker. Mogelijk kan de arts een ander medicijn voorschrijven.

  • Stoppen
    • Stop niet zomaar met dit medicijn: veel mensen krijgen na stoppen met een antipsychoticum opnieuw een psychose. Het is daarom van belang vooraf goed met uw arts te overleggen. Bij sommige psychoses is de kans op een nieuwe psychose niet zo groot, bij andere wel.
    • Als u gaat stoppen, bouw dan langzaam af over een periode van meerdere weken tot maanden. Als u geleidelijk afbouwt heeft u minder kans op meteen een nieuwe psychose. Bovendien voorkomt u daarmee ontwenningsverschijnselen, zoals zweten, misselijkheid, gebrek aan eetlust, diarree, angst, slapeloosheid, onrust, loopneus, spierpijn en vreemde gevoelswaarnemingen, zoals kriebels. Zorg er ook voor dat u de voortekenen voor een nieuwe psychose kunt herkennen, zodat u onmiddellijk aan de bel kunt trekken als het toch mis dreigt te gaan.
    • De ontwenningsverschijnselen treden vaak pas 1 tot 4 dagen na plotseling stoppen op en zijn na 2 weken meestal over. Niet iedereen heeft even veel last van ontwennings-verschijnselen. Kijk daarom hoe u reageert als u de dosering iets vermindert.
    • Ook nadat u bent gestopt kunnen de 'late bewegingsstoornissen' aan het licht komen of verergeren. U krijgt dan last van zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong, grimassen en tics van het gezicht, buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken. Deze verschijnselen nemen in de loop van de maanden af en zijn na een aantal jaar meestal verdwenen.
  • Handelsinformatie

    Haloperidol is sinds 1959 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar onder de merknaam Haldol en als het merkloze Haloperidol in tabletten, druppels en injecties.

Laatst gewijzigd op: 16 mei 2013

Herhaalrecept

Gebruikt u Haldol? Via deze website kunt u een herhaalrecept aanvragen

Gerelateerde videos

Psychofarmaca

Dit is de groep geneesmiddelen die wordt voorgeschreven bij psychische aandoeningen zoals angststoornissen, depressie, schizofrenie, psychoses.

Psychofarmaca

Dit is de groep geneesmiddelen die wordt voorgeschreven bij psychische aandoeningen zoals angststoornissen, depressie, schizofrenie, psychoses.

Dit is de groep geneesmiddelen die wordt voorgeschreven bij psychische aandoeningen zoals angststoornissen, depressie, schizofrenie, psychoses.

Bekijk video

Meld bijwerkingen

Een paar minuten van uw tijd kan een leven redden.

Omdat niet alle bijwerkingen bekend zijn op het moment dat een geneesmiddel of een vaccin op de markt wordt gebracht, zijn meldingen uit de praktijk onmisbaar voor een veilig geneesmiddelgebruik.

Lareb verzamelt alle bijwerkingen van geneesmiddelen en vaccins in Nederland. Daardoor valt het snel op als een bijwerking vaak voorkomt. Dit systeem werkt alleen als er zoveel mogelijk bijwerkingen gemeld worden door zorgverleners, apothekers en patiënten.

Uw melding is dus belangrijk om geneesmiddelen nog veiliger te maken!

Meld bijwerkingen