Risperidon

Would you like to read this information again? Use the following options:

Alles over Risperidon

Powered by: KNMP logo
  • Introductie

    De werkzame stof in Risperidon is risperidon.

    Risperidon behoort tot de atypische antipsychotica. Het vermindert in de hersenen de effecten van natuurlijk voorkomende stoffen, voornamelijk dopamine. Hierdoor verminderen psychosen en onrust.

    Artsen schrijven het voor bij psychose, manie, schizofrenie, onrust, dementie, tics, dwangstoornissen en posttraumatische stressstoornis.

  • Bijwerkingen

    Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven.

    De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

    Regelmatig

    • Seksuele stoornissen, zoals minder zin in vrijen en moeilijker een erectie krijgen.
    • Hoofdpijn. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

    Soms

    • Duizeligheid of zwart voor de ogen, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam zich heeft ingesteld op het medicijn. Dit is meestal binnen enkele dagen tot weken. Mensen met hartfalen kunnen hier meer last van hebben. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden, bespreek dit dan met uw arts. Mogelijk kunt u het medicijn 's avonds innemen, dan heeft u overdag minder last van duizeligheid.
    • Bewegingsstoornissen, zoals rusteloosheid (akathisie), plotselinge spiertrekkingen in hoofd, mond of gezicht (dystonie) en spierstijfheid (parkinsonisme).
      Akathisie kan zich ook uiten in niet stil kunnen zitten, wiebelen met voet of hand, onrustgevoelens. En parkinsonisme in trillen, moeite met bewegen, lopen of spreken.
      Door deze bijwerkingen kunt u ook spier- of gewrichtspijn krijgen.
      Sommige bewegingsstoornissen beginnen binnen enkele dagen na de eerste dosis of na een dosisverhoging. Het kan ook na langdurig gebruik ontstaan, of pas na stoppen. Soms verdwijnt het binnen een paar dagen.
      Raadpleeg uw arts als u lijdt aan de ziekte van Parkinson. De verschijnselen kunnen door dit medicijn verergeren. Misschien kan de arts een ander medicijn voorschrijven.
      Overleg met uw arts als u bewegingsstoornissen merkt. Soms kan uw arts de dosering verlagen of u een ander medicijn voorschrijven waar u minder last van krijgt. Ook zijn medicijnen mogelijk die de bewegingsstoornissen tegengaan.
      Zelden ontstaan ’late bewegingsstoornissen’ (tardieve dyskinesie) U merkt ze in eerste instantie aan zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong en grimassen en tics van het gezicht.Of aan buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken.
      Als deze bijwerkingen ontstaan is dat meestal na langdurig gebruik (meerdere maanden). Soms komen ze pas aan het licht als u met dit medicijn bent gestopt. Na stoppen nemen de verschijnselen na verloop van tijd af, maar bij een deel van de mensen gaat deze bijwerking niet meer helemaal over.
    • Onregelmatige menstruatie of wegblijven van de menstruatie.
    • Pijnlijke borsten of melkafscheiding uit de borsten. Neem contact op met uw arts als u hier last van heeft. Als het optreedt, is dat meestal aan het begin van het gebruik of na een verhoging van de dosering.
    • Sufheid, slaperigheid, wazig zien en vermindering van het reactie-, concentratie- en coördinatievermogen. Voorkom ongelukken in het verkeer, maar ook bij andere activiteiten thuis en op het werk, bijvoorbeeld wanneer u een ladder beklimt, apparaten bedient en op het werk iets bewaakt of controleert. Ook als u 's nachts uit bed moet om naar het toilet te gaan, kunt u minder controle over uw spieren hebben en daardoor sneller vallen.
    • Slapeloosheid, opwinding en angstig gevoel.
    • Afvlakking van het gevoelsleven, verlies van initiatief en activiteit, neerslachtigheid, gevoel opgesloten te zitten en een gevoel van leegte.
    • Gewichtstoename, door meer eetlust en een veranderde stofwisseling. Raadpleeg uw arts of een diëtist als u hier veel last van heeft.

    Zelden

    • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, braken, diarree, verstopping en buikpijn. Deze bijwerkingen treden vooral in het begin van de behandeling op. Meestal helpt het als u het medicijn met wat voedsel inneemt. Blijft u er ook na enige dagen last van houden, neem dan contact op met uw arts.
    • Droge mond, keelpijn, verstopte neus en slikklachten. Als u veel last heeft van een droge mond kunt u de aanmaak van speeksel stimuleren met (suikervrije) kauwgom of door te zuigen op ijsblokjes.
    • Speekselvloed (kwijlen) is ook mogelijk. Vaak houden de droge mond en de speekselvloed elkaar in evenwicht en heeft u er geen last van.
    • Droge ogen, doordat u minder traanvocht aanmaakt. Vooral mensen met contactlenzen hebben hier snel last van. Als u het syndroom van Sjögren heeft, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere ogen en mond droger zijn dan normaal: u kunt meer klachten krijgen. Dit medicijn vermindert de aanmaak van traanvocht en speeksel. Neem contact op met uw arts als u meer last heeft van oogirritatie of een droge mond.
    • Bij vrouwen kan de menstruatie stoppen. Dit kan geen kwaad. Na stoppen met het medicijn komt de menstruatie weer op gang. Als u het erg vervelend vindt, raadpleeg dan uw arts.
    • Vermoeidheid, slapte en draaierigheid.
    • Huiduitslag en jeuk. Dit kan komen door overgevoeligheid voor risperidon, maar dat hoeft niet.
    • Hartkloppingen of onregelmatige hartslag. U merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt. Zeer zelden kans op ernstige hartritmestoornissen.
      Dit is vooral van belang voor mensen met hartfalen, u kunt meer last krijgen van uw aandoening. Het is ook van belang voor mensen met de aangeboren hartritmestoornis ‘verlengde QT-interval’. Gebruik dit medicijn NIET als u deze hartritmestoornis heeft.

    Zeer zelden

    • Te veel glucose (suiker) in het bloed. Raadpleeg uw arts als u ongewoon veel dorst heeft en veel moet plassen. Als u diabetes heeft, is het belangrijk vaker uw bloedglucose te controleren, omdat dit medicijn de hoeveelheid glucose in het bloed kan verhogen.
    • Maligne neurolepticasyndroom. Dit is te merken aan onverklaarbare koorts, zeer stijve spieren, sufheid, hartkloppingen en ernstig zweten. Neem bij deze verschijnselen onmiddellijk contact op met uw arts. Als het optreedt, is dat meestal tijdens de eerste twee weken van het gebruik of binnen twee weken na een verhoging van de dosering.
    • Bloedarmoede, een verhoogde kans op infecties en een verhoogde kans op bloedingen, zoals bloedneuzen. Deze bijwerkingen kunnen ontstaan als het lichaam minder rode en witte bloedcellen en minder bloedplaatjes aanmaakt. Neem bij deze verschijnselen meteen contact op met uw arts.
    • Moeilijk kunnen plassen. Dit is vooral van belang als u al moeite heeft met plassen door een vergrote prostaat. Neem contact op met uw arts als u dit merkt.
    • Borstvorming (bij mannen) en melkafscheiding. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.
    • Bij mensen met epilepsie kan een aanval worden uitgelokt. Overleg met uw arts of u dit medicijn kunt gebruiken.
    • Bloedstolsels in de bloedbaan (trombose). Dit vergroot de kans op vaataandoeningen, zoals een trombosebeen of beroerte. De verschijnselen van trombose kunnen zijn: pijnlijke zwelling van het been of plotselinge kortademigheid. Neem bij deze verschijnselen meteen contact op met uw arts. Mensen die al eerder trombose hebben gehad of die medicijnen gebruiken tegen trombose hebben hier meer kans op.
    • Toename van het cholesterol in het bloed. Dit is vooral van belang voor mensen met een erfelijk verhoogd cholesterolgehalte, hart- en vaatziekten of diabetes (suikerziekte). Zij moeten hier extra op worden gecontroleerd. Overleg met uw arts of u dit medicijn kunt gebruiken.
    • Overgevoeligheid voor risperidon. U kunt dan huiduitslag, galbulten of jeuk krijgen. In zeer zeldzame gevallen kunt u flauwvallen en bewusteloos raken. Ook is ‘angio-oedeem’ mogelijk: een zwelling van het gezicht, lippen, mond, tong of keel. U kunt hierbij erg benauwd worden. Als het ontstaat, moet u onmiddellijk een arts opzoeken of naar de Eerste-Hulpdienst gaan. Stop bij allergische reacties meteen het gebruik en raadpleeg uw arts. U mag dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor risperidon. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.
    • Het intraoperatief 'floppy iris syndrome' (IFIS). Dit is een erg zeldzame afwijking aan het oog die een staaroperatie kan verstoren. Als u binnenkort een staaroperatie moet ondergaan, overleg dan met uw arts of het nodig is dat u het gebruik van risperidon tijdelijk stopzet.

    Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

    Er bestaan veel verschillende soorten antipsychotica. Deze hebben wel dezelfde werking, maar verschillende bijwerkingpatronen. Mogelijk is een ander antipsychoticum geschikter voor u.

  • Gebruik

    Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek.

    Hoe?

    • Gewone tabletten: neem deze in met een half glas water.
    • Drank: gebruik voor het afmeten van de juiste hoeveelheid een maatbekertje of maatlepel.
    • Smelttabletten (‘orodisp'): laat deze eerst in de mond smelten en slik daarna door.
    • Injecties: deze zal de arts of verpleegkundige in een bilspier toedienen. Meestal is dat 1 keer per 2 weken.

    Hoe lang?

    Schizofrenie
    Is de psychotische periode voorbij, dan zult u dit medicijn meestal nog lange tijd moeten gebruiken. Anders is de kans op een nieuwe psychose (terugval) groot. De arts zal de dosering in die periode meestal wel verlagen.

    • Als u voor het eerst een psychose heeft gehad, dan moet u dit medicijn meestal nog tot 1 of 2 jaar na uw herstel gebruiken, voor u kunt proberen te stoppen. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als u erg snel bent hersteld, kan worden geprobeerd een half jaar na herstel te stoppen. Dit moet dan wel onder goede begeleiding en de kans op terugval is dan nog steeds groter.
    • Heeft u al eerder een psychose gehad, dan moet u meestal de rest van uw leven een antipsychoticum blijven gebruiken.

    Manie
    Als de ergste onrustige verschijnselen zijn verdwenen, kan de arts adviseren het gebruik van risperidon langzaam af te bouwen. Lithium of valproïnezuur moet u dan meestal nog wel blijven gebruiken. Soms adviseert de arts om door te gaan met risperidon, om een nieuwe manie te voorkomen.

    Onrust
    Risperidon wordt meestal gedurende meerdere jaren gebruikt door mensen met ernstige onrust, agressiviteit of angst. De dosering wordt meestal wel verlaagd als de verschijnselen afnemen.

    Dementie
    Het wordt bij dementie meestal niet langer dan 6 weken gebruikt.

    Tics en dwangstoornissen
    Als het medicijn goed werkt, moet u het meestal meerdere jaren blijven gebruiken.

    Posttraumatische stressstoornis
    Als het medicijn na 3 maanden nog geen effect heeft, is het waarschijnlijk niet zinvol ermee door te gaan. Spreek hierover met uw arts. Na verbetering van de klachten moet u het meestal nog minstens een jaar blijven gebruiken.

  • Vergeten

    Het is belangrijk dit medicijn consequent in te nemen. Mocht u toch een dosis vergeten zijn:

    • Als u dit medicijn 1 keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan 8 uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan 8 uur? Sla de vergeten dosis dan over.
    • Als u dit medicijn 2 keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan 4 uur voor u de volgende dosis normaal inneemt? Neem de vergeten dosis dan alsnog in. Duurt het nog minder dan 4 uur? Sla de vergeten dosis dan over.
    • Krijgt u dit medicijn 1 keer in de 2 weken ingespoten en bent u de afspraak vergeten? Maak meteen een nieuwe afspraak.
  • Verboden

    autorijden?
    Dit medicijn vermindert de rijvaardigheid door de bijwerkingen, zoals sufheid, slaperigheid, wazig zien en duizeligheid. Hierdoor heeft u een grotere kans op een verkeersongeval.

    Het is strafbaar aan het verkeer deel te nemen als uw rijvaardigheid is verminderd. Als u bij een ongeval betrokken raakt, kunt u aansprakelijk zijn.
    Of en wanneer u weer mag autorijden, hangt af van uw aandoening, de duur van het gebruik en hoe lang u last blijft houden van bijwerkingen.

    Bij gebruik voor psychiatrische aandoeningen: mensen met deze aandoeningen mogen vaak niet autorijden. Overleg met uw arts of dat bij u het geval is.
    Als u ondanks uw aandoening toch mag autorijden, kunt u hieronder het advies voor dit medicijn vinden.

    Rijd geen auto totdat u gedurende 4 dagen dezelfde dosering gebruikt. Beoordeel daarna hoeveel last u van de bijwerkingen heeft.
    Iedereen reageert echter anders. Rijd nog niet als u wel last heeft van de hierboven genoemde bijwerkingen.

    Bent u door dit medicijn wel suf of slaperig en gebruikt u dit medicijn één keer per dag? Neem het dan voor u gaat slapen in, zodat u er overdag minder last van heeft.

    Tips voor als u weer gaat autorijden

    • Rijd niet als u onscherp ziet.
    • Rijd niet als u zich suf voelt. Bijvoorbeeld als u zich moeilijk kunt concentreren, traag reageert of met moeite wakker kunt blijven. Een aanwijzing dat u niet alert was is als u zich niet herinnert langs welke route u naar een bestemming bent gereden.
    • Drink geen alcohol als u moet rijden. Alcohol versterkt de versuffende bijwerking van dit medicijn.
    • Rijd niet langer dan één uur achter elkaar, ook al voelt u zich goed.
    • Rijd niet ’s nachts of bij slecht weer.
    • Bedenk dat het voor uzelf moeilijk te merken is als u minder goed rijdt. Een medepassagier kan dat vaak beter inschatten. Bijvoorbeeld omdat u met wisselende snelheden rijdt, slingert en geïrriteerd reageert op normaal gedrag van medeweggebruikers.

    alcohol drinken?
    Alcohol versterkt het versuffende effect van dit medicijn. Ook als u hier niets meer van merkt omdat u gewend bent geraakt aan dit medicijn, kunt u door het gebruik van alcohol erg suf worden. Beperk daarom het gebruik van alcohol en drink het liever niet.

    alles eten?
    Bij dit medicijn zijn hiervoor geen beperkingen.

  • Wisselwerking

    Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.

    De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

    • Andere medicijnen die het reactievermogen verminderen. Bij deze medicijnen is vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker geplakt. De effecten op bijvoorbeeld de rijvaardigheid versterken elkaar. Rijd geen auto als u meer van dergelijke medicijnen gebruikt.
    • Medicijnen tegen de ziekte van Parkinson en risperidon verminderen elkaars werking. Overleg met uw arts of u beide medicijnen kunt gebruiken. Mogelijk kan de arts de dosering van een van beide medicijnen verlagen of een ander antipsychoticum kiezen dat deze wisselwerking minder heeft.
      Als u wel beide medicijnen gaat gebruiken: Raadpleeg uw arts als u (weer) last krijgt van wanen en hallucinaties of als de verschijnselen van de ziekte van Parkinson verergeren.
    • Fluoxetine en paroxetine, medicijnen tegen depressie. De hoeveelheid risperidon in het bloed kan door ritonavir stijgen. Hierdoor zijn de bijwerkingen sterker. Raadpleeg uw arts als u deze combinatie voorgeschreven heeft gekregen.
    • Ritonavir, een medicijn gebruikt bij hiv-infectie. De hoeveelheid risperidon in het bloed kan door ritonavir stijgen. Hierdoor zijn de bijwerkingen sterker. Raadpleeg uw arts als u deze combinatie voorgeschreven heeft gekregen.

    Door de volgende medicijnen kan de werking van risperidon verminderen. Neem contact op met uw arts als u één van de volgende medicijnen gebruikt.

    • De medicijnen tegen epilepsie carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne en primidon.
    • De medicijnen tegen hiv-infectie efavirenz, etravirine en nevirapine.
    • De medicijnen tegen tuberculose rifabutine en rifampicine.
    • Bosentan, een medicijn gebruikt bij pulmonale arteriële hypertensie, een ernstige vorm van hoge bloeddruk in de longen.

    Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

  • Zwangerschap

    Zwangerschap
    Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Wel is bekend dat er problemen kunnen ontstaan als u dit medicijn gebruikt in de laatste periode van de zwangerschap. Het kind kan dan na de geboorte last hebben van bewegingsstoornissen en ontwenningsverschijnselen. Dit is bijvoorbeeld te merken aan slecht drinken en veel huilen.

    Als u dit medicijn gebruikt en u denkt erover om zwanger te worden, overleg dan met uw arts. Mogelijk kan de arts een ander medicijn voorschrijven.

    Borstvoeding
    Geef GEEN borstvoeding als u dit medicijn gebruikt. Het komt in de moedermelk en kan dan bijwerkingen bij het kind geven.

    Wilt u wel borstvoeding geven, overleg dan met uw arts of apotheker. Mogelijk kan de arts een ander medicijn voorschrijven.

  • Stoppen
    • Stop niet zomaar met dit medicijn: veel mensen krijgen na stoppen met een antipsychoticum opnieuw een psychose. Het is daarom van belang vooraf goed met uw arts te overleggen. Bij sommige psychoses is de kans op een nieuwe psychose niet zo groot, bij andere wel.
    • Als u gaat stoppen, bouw dan langzaam af over een periode van minimaal vier weken. Als u geleidelijk afbouwt heeft u minder kans op meteen een nieuwe psychose. Bovendien voorkomt u daarmee ontwenningsverschijnselen, zoals zweten, misselijkheid, gebrek aan eetlust, diarree, angst, slapeloosheid, onrust, loopneus, spierpijn en vreemde gevoelswaarnemingen, zoals kriebels.
    • De ontwenningsverschijnselen treden vaak pas één tot vier dagen na plotseling stoppen op en zijn na twee weken meestal over. Niet iedereen heeft even veel last van ontwenningsverschijnselen. Kijk daarom hoe u reageert als u de dosering iets vermindert.
    • Ook nadat u bent gestopt kunnen de 'late bewegingsstoornissen' aan het licht komen of verergeren. U krijgt dan last van zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong, grimassen en tics van het gezicht, buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken. Deze verschijnselen nemen in de loop van de maanden af en zijn na een aantal jaar meestal verdwenen.
  • Handelsinformatie

    Risperidon is sinds 1993 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar in gewone tabletten, smelttabletten, drank en injecties onder de merknaam Risperdal en als het merkloze Risperidon.

Laatst gewijzigd op: 23 januari 2014

Herhaalrecept

Gebruikt u Risperidon? Via deze website kunt u een herhaalrecept aanvragen

Gerelateerde videos

Psychofarmaca

Dit is de groep geneesmiddelen die wordt voorgeschreven bij psychische aandoeningen zoals angststoornissen, depressie, schizofrenie, psychoses.

Psychofarmaca

Dit is de groep geneesmiddelen die wordt voorgeschreven bij psychische aandoeningen zoals angststoornissen, depressie, schizofrenie, psychoses.

Dit is de groep geneesmiddelen die wordt voorgeschreven bij psychische aandoeningen zoals angststoornissen, depressie, schizofrenie, psychoses.

Bekijk video

Meld bijwerkingen

Een paar minuten van uw tijd kan een leven redden.

Omdat niet alle bijwerkingen bekend zijn op het moment dat een geneesmiddel of een vaccin op de markt wordt gebracht, zijn meldingen uit de praktijk onmisbaar voor een veilig geneesmiddelgebruik.

Lareb verzamelt alle bijwerkingen van geneesmiddelen en vaccins in Nederland. Daardoor valt het snel op als een bijwerking vaak voorkomt. Dit systeem werkt alleen als er zoveel mogelijk bijwerkingen gemeld worden door zorgverleners, apothekers en patiënten.

Uw melding is dus belangrijk om geneesmiddelen nog veiliger te maken!

Meld bijwerkingen